Bestuurdersaansprakelijkheid bij een BV i.o.

 

Greenstone advocaten is een onafhankelijk advocatenkantoor, dat zich uitsluitend richt op de zakelijke markt. “Vóórdenken in plaats van nádenken!” is het devies. En pas als het nodig is, wordt geprocedeerd. Zie www.gs-legal.nl. 

 

Soms worden BV’s vóór oprichting al gebruikt voor het verrichten van rechtshandelingen. Vaak zien die rechtshandelingen erop dat de activiteiten van de BV direct ná de oprichting snel kunnen worden opgestart. Een kantoorruimte wordt gehuurd, een computer wordt aangeschaft, een telefoonabonnement wordt aangegaan, etc. 

 

 

De BV wordt in dat geval “in oprichting” ingeschreven in de registers van de KvK en moet bij de rechtshandelingen uitdrukkelijk melding maken van het feit, dat de oprichting nog niet (helemaal) is voltooid. De toekomstige bestuurder tekent dan een overeenkomst namens de in oprichting zijnde rechtspersoon: “namens X B.V. i.o”. Hij bindt daarbij feitelijk zich zelf, maar met het oog om uiteindelijk de BV aan de rechtshandeling te binden. Direct ná oprichting kunnen de rechtshandelingen die namens de BV i.o zijn verricht dan door de (inmiddels opgerichte) BV worden bekrachtigd, waarmee de BV feitelijk de rechtshandeling en de verantwoordelijkheid voor de nakoming overneemt van de bestuurder. 

 

De bestuurder is dan niet “helemaal gekweten” van zijn verantwoordelijkheden. Als de rechtshandeling wél is bekrachtigd, maar niet kan worden nagekomen, dan kan de bestuurder die de BV i.o heeft vertegenwoordigd aansprakelijk worden gesteld. Dat geldt op het moment waarop de bestuurder op het moment van het aangaan van de rechtshandeling wist of behoorde te weten, dat de BV na oprichting deze rechtshandeling niet na zal kunnen komen. De bestuurder kan ook aansprakelijk worden gesteld voor het bekrachtigen van een rechtshandeling als hij weet of behoort te weten, dat de BV de overeenkomst niet na zal kunnen komen. 

 

Dit is onlangs nog eens bevestigd in een kwestie waarin een koopovereenkomst voor een bedrag van €14,3 miljoen euro door een BV i.o is gesloten, oorspronkelijk met financieringsvoorbehoud, terwijl de bestuurder van de BV i.o toen al wist dat de bank slechts onder voorwaarden, mogelijk, een bedrag van €7,2 miljoen euro wilde financieren. De BV i.o had geen andere financier noch financiële middelen. Tot zo ver was er geen probleem. Het probleem ontstond, toen de verkoper een korting op de koopprijs bood van €400.000 euro als de bestuurder het financieringsvoorbehoud zou laten vervallen. Omdat de bestuurder het vermoeden had, dat het pand €24 miljoen euro waard zou zijn, heeft hij met het vervallen van het financieringsvoorbehoud ingestemd. Het hof heeft geoordeeld dat het onbegrijpelijk is, dat de bestuurder dat heeft gedaan, terwijl hij wist of behoorde te weten dat de BV i.o, en later: de BV, niet over de benodigde financiële middelen kon beschikken om de koopovereenkomst na te komen. De bekrachtiging van de rechtshandeling is hem daarbij ook aangerekend. De bestuurder in privé is door de verkoper aangesproken tot vergoeding van de schade die de verkoper heeft geleden. Het hof heeft de verkoper in het gelijk gesteld (ECLI:NL:GHARL:2016:3528). 

 

Conclusie: 

De bestuurder van een vennootschap wordt door de rechtspersoonlijkheid van die vennootschap grotendeels beschermd voor persoonlijke aansprakelijkheden. Hij moet zich echter wel aan de spelregels houden, omdat anders bestuurdersaansprakelijkheid op de loer ligt. Zeker bij het handelen namens een BV i.o loopt de bestuurder risico’s en dient hij extra prudent tewerk te gaan. Voor een bestuurder van een BV i.o geldt: In geval van twijfel, niet doen!   

Share on Facebook
Share on Twitter
Please reload

Uitgelichte berichten

Wat is nodig voor een goed werkend concurrentiebeding ?

6 Oct 2016

1/1
Please reload

Recente berichten
Please reload

Archief
Please reload

Zoeken op tags
Please reload

Volg ons
  • Facebook - Black Circle
  • Twitter - Black Circle
  • LinkedIn - Black Circle